Codex Iuris Canonici van 1983?

Moeten wij de CODEX IURIS CANONICI van 1983 niet accepteren?

Een codex is een verzameling wetten, elke afzonderlijk een verordening van de bevoegde autoriteit; elke canon in het wetboek van 1917 was een wet van Benedictus XV, en elke canon in het wetboek van 1983 (gewoonlijk de “nieuwe codex” genoemd) is een wet van paus Johannes Paulus II.

Voor paus Johannes Paulus II is het doel van het wetboek van 1983 de uitdrukking van de nieuwe ecclesiologie van het Tweede Vaticaans Concilie (bijv. het nieuwe begrip dat de Kerk heeft over haar aard en haar opdracht) in canonieke taal, en het moet altijd worden begrepen in het licht van de conciliaire leerstukken (Sacra Disciplinae Leges, 25 januari 1983).

Maar juist dit concilie heeft de katholieke leer vervalst.

Daarom moeten wij de nieuwe wetgeving er van verdenken dezelfde fouten te hebben gecodificeerd en bereid zijn niet alle “wetten” te accepteren (Principe 9), maar alleen die welke de katholieke leer over geloof en zeden bewijsbaar niet compromitteren. Voor het grootste deel mogen we het verlies van duidelijkheid, nauwkeurigheid en integriteit van het wetboek van 1917 betreuren, al is dat onvoldoende reden om deze canons af te wijzen.

Er zijn enkele nieuwigheden die afgewezen moeten worden
 

  • Canon 844, §4 staat toediening toe van het sacrament van boete, ziekenzalving en zelfs de H. Communie aan niet-katholieken die blijk geven “katholiek te geloven” in dezelfde sacramenten.Dit werd altijd als een doodzonde beschouwd en was streng verboden (CIC 1917, canon 731, §21), omdat het impliciet het dogma ontkent dat er “buiten de Kerk geen heil” is (Principe 2).Dit is een ontoelaatbare overgave aan het modernistisch oecumenisme.
  • Canon 1055, §1 definieert het huwelijk niet langer met zijn eerste doel, de procreatie van kinderen, maar noemt slechts na een secundair doel, het welzijn van de echtgenoten. En dit laatste, zoals we in het licht van de nu verstrekte nietigverklaringen, is de essentie van het huwelijk geworden (Principes 5 en 6): de partners schenken zich wederzijds aan elkaar (en niet alleen maar “het exclusieve en voortdurende recht op het lichaam van de partner m.b.t. de daden die in zichzelf nageslacht kunnen verwekken”, 1917 CIC, canon 1081, §2) en aanvaarden elkaar om een huwelijk tot stand te brengen (canon 1057, § 2). Het wordt geacht geen huwelijk te zijn waar een partner de ander niet kan voorzien van deze hulp (canon 1095, 20 en 30, canon 1098 enz., cf. canon 1063, 40). Waar vandaan het huidige nietigverklaringsfiasco: in de Verenigde Staten bijvoorbeeld werden in 1968 officieel 338 nietigverklaringen uitgesproken; in 1992 waren dat er 59.030. Derhalve bestaat er zeer ernstige twijfel in verband met de nietigverklaringen die afgegeven zijn door Novus Ordo tribunalen.
  • Canon 336 codificeert de collegialiteit van Vaticanum II. De “bisschoppenconferentie”, een 20ste eeuwse uitvinding, is nu, samen met de paus, tot permanent subject geworden van opperste en volledige macht over de universele Kerk. Bovendien participeert een bisschop in deze universele jurisdictie door het enkele feit van zijn wijding (cf. canon 375, §2). Dit wordt nog verontrustender als men denkt aan de erkenning door het Vaticaan van de orthodoxe bisschoppen. Cf. paus Paulus VI: «Het is op de hoofden van de Kerken, van hun hiërarchie, dat de verplichting rust de Kerken langs de weg te gidsen die weer tot volledige communio leidt. Zij behoren dit te doen door elkaar te erkennen en te respecteren als herders van de kudde van Christus, aan hun toevertrouwd…» (geciteerd te Balamand door de Verenigde Internationale Commissie voor de Theologische Dialoog tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk, slotverklaring § 18 cf., §14; Ut Unum Sint §§ 50-63). Deze collegialiteit knoeit met de goddelijke constitutie van de Kerk, tast de pauselijke macht aan, belemmert hem de Kerk te besturen (en belemmert de bisschoppen hun diocesen te besturen). “Bisschoppenconferenties” nemen vandaag de autoriteit over, en worden aldus onpersoonlijk en onweerlegbaar.

Dit zijn slechts de meest ernstige deficiënties; andere defecte punten zijn onder meer de volgende:

  • gemengde huwelijken
  • reductie van censuur (bijv. i.v.m. de excommunicatie van vrijmetselaars enz.)
  • de studie van St. Thomas van Aquino is niet langer verplicht op seminaries (canons 251 e.v.) en
  • generale absoluties zijn gemakkelijker verkrijgbaar (canons 961-963 enz.)

Tussen haakjes, het is interessant op te merken dat voor paus Johannes Paulus II het kerkelijk wetboek van 1983 minder gewicht in de schaal legt dan een conciliaire constitutie.