Mgr. Lefebvre geëxcommuniceerd?

Was monseigneur Lefebvre niet geëxcommuniceerd wegens het onwettig wijden van bisschoppen?


29 juni 1987

Aartsbisschop Lefebvre, die zijn krachten voelt afnemen en geen andere manier ziet om voortzetting van wijdingen zeker te stellen van waarachtig katholieke priesters, besluit bisschoppen te consacreren. Hij kondigt aan dat hij dat, indien nodig, zal doen, zelfs zonder toestemming van de paus.

17 juni 1988

Kardinaal Gantin, prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, waarschuwde mgr. Lefebvre officieel dat, voortvloeiend uit canon 1382 (CIC, 1983) hijzelf en de door hem gewijde bisschoppen zouden zijn geëxcommuniceerd wegens handelingen zonder pontificaal mandaat, daarbij de wetten van de heilige discipline schendend.

30 juni 1988

Aartsbisschop Lefebvre wijdt, samen met bisschop De Castro Mayer, vier bisschoppen.

1 juli 1988

Kardinaal Gantin verklaarde dat de excommunicatie volgens canon 1382, opgelopen was. Hij noemde de wijdingen ook een schismatieke daad en verklaarde de overeenkomstige excommunicatie (canon 1364, § 1). Ook bedreigde hij eenieder die de wijdingen ondersteunde met excommunicatie wegens “schisma”.

2 juli 1988

In Ecclesia Dei Afflicta herhaalde de paus kardinaal Gantin’s beschuldiging van schismatieke mentaliteit en dreigde met algemene excommunicaties (zie Vraag 12).

De excommunicatie waar op 17 juni voor werd gewaarschuwd, wegens misbruik van bisschoppelijke macht (canon 1382) was niet opgelopen, want:

  1. Een persoon die de wet schendt uit nood* is niet aan bestraffing onderworpen (canon 1323, § 4),
     
  • indien iemand onschuldig dacht dat die er was, dan wordt hij niet bestraft (canon 1323, 70)
  • en als iemand schuldig dacht dat die er was, zou hij nog steeds niet automatisch bestraft worden. (Excommunicatie voor onwettige wijdingen, canon 1382, of schisma, canon 1364, zijn van deze soort)
     
  1. Er wordt nooit straf opgelopen zonder dat men een subjectieve doodzonde heeft begaan (canons 1321, § 1, 1323, 70). Aartsbisschop Lefebvre heeft ampel duidelijk gemaakt dat hij in geweten gebonden was te doen wat hij kon doen om het katholieke priesterschap voort te zetten en dat hij gehoorzaamde aan God als hij doorging met de wijdingen (Cf. preek van 30 juni 1988, en Archbishop Lefebvre and the Vatican, blz. 136 [Appendix II]). Zelfs indien hij fout zou zijn geweest, zou er nog steeds geen subjectieve zonde zijn.
     
  2. Hoogst belangrijk is dat positieve wetgeving ten dienste staat van de natuurlijke en eeuwige wet en de kerkelijke wet staat ten dienste van de goddelijke wet (Principe 8). Geen enkele “autoriteit” kan een bisschop tot een compromis dwingen in zijn onderricht van het katholieke geloof of bij de toediening van de katholieke sacramenten. Geen enkele “wet” kan hem dwingen samen te werken bij de vernietiging van de Kerk. Met Rome, dat geen garantie geeft de katholieke traditie te bewaren, moest aartsbisschop Lefebvre doen wat hij kon met zijn door God gegeven bisschoppelijke macht om de bewaring van de traditie te garanderen. Het was zijn plicht als bisschop.
     
  3. De goedkeuring door de Kerk van de Priesterbroederschap St. Pius X (vraag 2) staat haar alles toe wat zij nodig heeft voor haar eigen bestaan. Dit is inclusief de dienst van bisschoppen die de katholieke traditie garanderen te handhaven.