Mgr. Lefebvre gesuspendeerd?

Was aartsbisschop Lefebvre niet gesuspendeerd van de uitoefening van alle heilige functies, samen met alle priesters die door hem gewijd werden?

27 oktober 1975

Kardinaal Villot schrijft aan de hele wereldhiërarchie om te zeggen dat zij niet langer priesters mogen incardineren van de Priesterbroederschap St. Pius X, omdat deze opgeheven is. (cf. Michael Davies, Apologia Pro Marcel Lefebvre, vol. I, blz. 136)

12 juni 1976

Mgr. Benelli schrijft aartsbisschop Lefebvre; hij draagt hem op geen priesters te wijden zonder permissie van hun plaatselijke bisschop.

29 juni 1976

Mgr. Lefebvre voltrekt de priesterwijdingen zoals was voorzien.

1 juli 1976

De "suspensie" van aartsbisschop Lefebvre en zijn nieuw-gewijde priesters wordt verklaard.

Een eerste observatie

De Priesterbroederschap heeft het recht haar religieuze leven te leiden.

Door de goedkeuring van de Priesterbroederschap St. Pius X, keurde de Kerk ook goed dat zij leeft en alle noodzakelijke middelen moet hebben om haar religieuze leven te leiden en haar doeleinden te vervullen. Dit is een fundamentele overtuiging, rekening houdend met de nietigheid, de ongeldigheid van haar opheffing. (VRAAG 3)

Als de Priesterbroederschap St. Pius X niet wettig was opgeheven, was het onrechtvaardig te pogen kandidaten te weerhouden zich bij haar te voegen.

Aartsbisschop Lefebvre kon dit recht op incardinatie redelijkerwijs aannemen na de lovende brief van kardinaal Wright, na de Congregatie voor de Clerus, die toestond dat reguliere priesters die overgingen naar de Priesterbroederschap direct daarin konden worden geïncardineerd, en nadat bisschop Adam (van Sion/Sitten) oordeelde, dat de fraterniteit, omdat zij inter-diocesaan was, deze procedure mocht veralgemenen (The Angelus, april 1987, blz.3, en Fideliter, nr. 55, blz. 3 en volgende). Dus het echte probleem was meer dan canoniek.


In eerste instantie is de suspens een aanval op de traditionele H. Mis

In de drie weken voorafgaand aan de priesterwijdingen van 29 juni 1976 werd mgr. Lefebvre tot zesmaal toe benaderd door Rome met het verzoek normale betrekkingen met het Vaticaan aan te knopen en daarvan bewijs te leveren door middel van het lezen van de H. Mis volgens de nieuwe ritus. Hem werd gezegd, dat als de wijdingen de 29ste plaats zouden vinden met het missaal van paus Paulus VI, alle oppositie zou worden gestaakt.
Dit aanbod werd de aartsbisschop gedaan op het vigilie van het feest (de avond tevoren) Eén enkele Novus Ordo Missae en alles zou weer in orde zijn. Hierin zien we overduidelijk de meest fundamentele reden voor de campagne tegen aartsbisschop Lefebvre en zijn priesterbroederschap: exclusieve aanhankelijkheid aan de oude H. Mis en de weigering de nieuwe op te dragen.

Ma ar:
 

  • de Novus Ordo Missae kan niet worden opgedragen (cf. VRAAG 5)
  • en de oude H. Mis kan altijd worden opgedragen

Daarom zijn de suspensies zonder waarde:
 

  • canoniek, omdat zij onbillijk zijn
  • fundamenteel omdat zij geconstrueerd zijn met het oog op de afschaffing van de traditionele Latijnse H. Mis.

Maar zelfs al zijn ze onrechtvaardig, moet dan de censuur worden gehoorzaamd?
 

  • Als uitsluitend zij, die er aan blootstaan er onder zouden lijden, JA, dan zou dat de meest aangewezen weg zijn om te handelen.
  • Als er sprake is van het beroven van ontelbare zielen van de genaden die zij voor hun heil nodig hebben, dan moet de censuur NIET worden geobserveerd, dan kan men dat niet.


Tegen de achtergrond van een dergelijke onderdrukkingscampagne kon de broederschap alleen maar doorgaan. Bovendien heeft Rome de legitieme voortzetting van de Priesterbroederschap St. Pius X altijd impliciet erkend (bijvoorbeeld in mei 1988, toen kardinaal Ratzinger toestemde in het principe van de wijding van een bisschop, afkomstig uit de eigen priesters van de broederschap) en de nulliteit van de suspensies (bijvoorbeeld, toen in dec. 1987 kardinaal Gagnon niet aarzelde als prelaat de H. Mis van de "gesuspendeerde" aartsbisschop bij te wonen).

Terug naar het overzicht