Novus Ordo Missae?

Waarom zouden katholieken niets met de Novus Ordo Missae te maken moeten hebben?

A) Opmerkingen vooraf

Een kritiek op de “nieuwe ritus” kan geen kritiek op de H. Mis zelf zijn, omdat dit het echter Offer van onze Heer is dat Hij aan zijn Kerk heeft nagelaten. Maar het is een onderzoek naar de geschiktheid van de ritus om dit verheven Offer uit te beelden en te belichamen.
Voor hen die niets anders hebben gekend dan de Novus Ordo Missae is het moeilijk te begrijpen waarvan zij beroofd zijn, en lijkt het bijwonen van een “Latijnse Mis” dikwijls vreemd, oneigen. Om duidelijk te zien waar het allemaal om gaat, is het noodzakelijk een helder begrip te hebben van de gedefinieerde geloofswaarheden met betrekking tot de H. Mis (Principes, 11-18 zijn er enkele van). Uitsluitend in het licht daarvan kan de “nieuwe ritus” van de Mis worden gewaardeerd.

B) Wat is de NOVUS ORDO MISSAE?

Laten we dit beantwoorden door te kijken naar zijn vier oorzaken, zoals de filosofen zouden zeggen:
 

  1. Wat zijn de elementen die de nieuwe ritus uitmaken? Sommige zijn katholiek: een priester, brood en wijn, kniebuigingen, kruistekens enz., maar andere zijn protestant, zoals een tafel, gewone, alledaagse gebruiksvoorwerpen, communie onder twee gedaanten en in de hand enz.
     
  2. Welnu, de Novus Ordo Missae neemt deze heterodoxe elementen aan samen met de katholieke, om een LITURGIE VOOR EEN MODERNISTISCHE GODSDIENST te vormen die de Kerk met de wereld verenigt, het katholicisme met het protestantisme, het licht met de duisternis. De Novus Ordo Missae presenteert zichzelf als:
     
  • Een maaltijd (zie Principe 11). Dit blijkt uit het gebruik van een tafel rondom welke het volk van God bijeenkomt om brood en wijn te offeren (Principe 18) en om te communicerenn van veeleer alledaags keukengerei, vaak onder twee gedaanten (Principe 15) en gewoonlijk in de hand (Principe 16). Let ook op de bijna volledige verdwijning van referentie aan een offer.
  • Een verhaal van een voorbije gebeurtenis (Principe 12). Hardop verteld door degene die “voorgaat” (Principe 14), die omstandig de woorden van onze Heer opnieuw verhaalt zoals die in de H. Schrift staan (liever dan een sacramentele formule uit te spreken) en die niet pauzeert totdat hij de Hostie aan het volk heeft getoond.
  • Een bijeenkomst van de gemeenschap (Principe 13). De aanwezigheid van Christus beschouwt men wellicht als een morele, zijn sacramentele tegenwoordigheid negeert men (Principes 16 en 17).

Let ook op de talrijke veranderingen in de rubrieken:
 

  • De celebrant met zijn gezicht naar de gelovigen gekeerd, op de plaats waar vroeger het tabernakel stond.
  • Na de consecratie acclameert het volk “totdat Hij komt”.
  • De Heilige Vaten zijn niet langer verguld.
  • Heilige partikels (van de H. Hostie) worden genegeerd (Principe 15).
  • De priester houdt duim en wijsvinger niet meer tegen elkaar na de consecratie.
  • De H. Vaten worden niet gereinigd zoals gebruikelijk was.
  • De H. Communie wordt meestal in de hand gegeven.
  • Kniebuigingen van de priester en het knielen van de gelovigen zijn sterk gereduceerd.
  • Het volk neemt veel van wat de priester vroeger deed over.


Bovendien definieert de Novus Ordo Missae zichzelf als volgt: De maaltijd van de Heer is een heilige synaxis of samenkomst van het volk van God, bijeengekomen onder voorzitterschap van de priester om de gedachtenis van de Heer te vieren (Paus Paulus VI, Institutio Generalis, § 7, versie van 1969)

C) Wat is het doel van deze NOVUS ORDO MISSAE als ritus?

…de bedoeling van paus Paulus VI met betrekking tot wat gewoonlijk de Mis wordt genoemd, was om de katholieke liturgie op een dergelijke manier te hervormen, dat zij bijna geheel zou samenvallen met de protestantse liturgie… er was bij paus Paulus VI een oecumenische intentie om te verwijderen, of ten minste te corrigeren, of minstens de teugels te laten vieren bij hetgeen te katholiek was, in de traditionele zin, in de Mis en, ik herhaal, om de katholieke Mis dichter bij het calvinistische avondmaal te laten komen… (Jean Guitton op 19 december 1993 in Apropos [17], blz. 8vv.; Christian Order, okt. 1994. Jean Guitton was een intieme vriend van paus Paulus VI. Paulus VI bezat 116 van zijn boeken en schreef notities in de marge van 17 daarvan.)

Toen ik aan deze trilogie begon te werken was ik bezorgd over de mate waarin de katholieke liturgie geprotestantiseerd werd. Naarmate mijn studie gedetailleerder werd, werd hoe langer hoe evidenter dat de liturgie het protestantisme voorbij was en dat het uiteindelijke doel het humanisme is. (Michael Davies in Pope Paul’s New Mass, blz. 137 [cf. blz. 149] [Appendix II].

Het laatste is een eerlijke evaluatie als men rekening houdt met de opgelegde veranderingen, de behaalde resultaten en de tendens van de moderne theologie, zelfs de pauselijke theologie (cf. Vraag 7)

D) Wie heeft de NOVUS ORDO MISSAE gemaakt?

Het is de uitvinding van een liturgische commissie, Consilium, met pater Annibale Bugnini (hij werd als dank voor zijn diensten aartsbisschop gemaakt in 1972) als verlicht leider voorop, bijgestaan door zes protestantse deskundigen. Pater Bugnini (voornaamste auteur van Sacrosanctum Concilium van Vaticanum II) had zijn eigen ideeën over betrokkenheid van het volk in de liturgie (La Riforma Liturgia, A. Bugnini, Centro Liturgico Vincenziano, 1983), en de protestantse adviseurs hadden hun eigen ketterse ideeën over de essentie van de Mis. Maar degene op wiens autoriteit de Novus ordo Missae was opgelegd was paus Paulus VI, die deze “promulgeerde”met zijn constitutie Missale Romanum van 3 april 1969.

Of was het eigenlijk toch paus Paulus VI?
 

  • In de originele versie van Missale Romanum, ondertekend door paus Paulus VI, werd niets gezegd over de verplichting de Novus Ordo Missae te gebruiken of wanneer een dergelijke verplichting zou beginnen.
  • De vertalers van de constitutie vertaalden cogere et efficere ( dat is: bij elkaar nemen en een conclusie trekken) als: wettig bekrachtigen.
  • De versie in de Acta Apostolicae Sedis heeft een toegevoegde paragraaf die het nieuwe missaal “vergezelt”, maar het staat in de verkeerde tijd, de verleden tijd, en leest praescripsimus (d.i. wat wij hebben bevolen), daarbij refererend aan een voorbije verplichting, en bovendien, Missale Romanum schrijft niets voor, maar staat ten hoogste het gebruik van de nieuwe ritus toe (The Angelus, maart 1997, blz. 35).

Kan het waar zijn dat paus Paulus VI dit missaal wenste, maar dat het niet op de juiste manier is opgelegd (het is bovendien algemeen bekend, dat paus Paulus VI de Institutio Generalis heeft getekend zonder die te lezen en zonder zich er van te verzekeren dat het stuk was nagezien door het Heilig Officie).

E) Oordelen over de NOVUS ORDO MISSAE

Toen zij de Novus Ordo Missae op zichzelf beoordeelden, in zijn officiële Latijnse vorm, schreven de kardinalen Ottaviani en Bacci aan paus Paulus VI op 25 september 1969:

…de Novus Ordo betekent, zowel in zijn geheel als in de details, een frappante verwijdering van de katholieke theologie van de H. Mis, zoals die op de 22ste zitting van het Concilie van Trente werd geformuleerd.

En aartsbisschop Lefebvre stemde beslist met hen in toen hij schreef:

De Novus Ordo Missae, zelfs als deze vroom en met respect voor de liturgische regels wordt gelezen, is geheel doortrokken van de geest van het protestantisme. Het draagt een gif in zich dat schadelijk is voor het geloof. (in: Open brief aan verbijsterde katholieken, Appendix III)

Het verhullen van katholieke elementen en het uitbuiten van protestantse, hetgeen evident is in de Novus Ordo Missae maken het tot een gevaar voor ons geloof, en, als zodanig, tot een kwaad, vooropgesteld dat het goede dat de heilige ritus van de Mis moet hebben er aan ontbreekt. Aan hun vruchten zult ge ze kennen: Er was ons beloofd dat de Novus Ordo Missae het katholieke vuur, de katholieke gloed zou vernieuwen, de jeugd zou inspireren, de verslapten terug zou brengen en niet-katholieken zou aantrekken.

Wie kan er vandaag zeggen dat deze zaken de vruchten van de Novus Ordo Missae zijn? Kwam er niet tegelijk met de Novus Ordo Missae in plaats van vruchten een dramatische neergang in Misbezoek en roepingen, een “identiteitscrisis” onder de priesters, een afname van het aantal bekeringen en een snelle toename van afvalligen? Dus, gezien vanuit het aspect van zijn voortbrengselen is de Novus Ordo Missae geen ritus die bevorderlijk is voor de bloei van de opdracht van de Kerk.

F) Volgt uit de promulgatie door de paus dat de NOVUS ORDO MISSAE waarachtig katholiek is?

Neen, want de onfeilbaarheid van de Kerk voorkomt niet dat de paus persoonlijk gebrekkige en modernistische riten zou kunnen bevorderen in de Latijnse ritus van de Kerk.

Bovendien: de Novus Ordo Missae
 

  • is de Kerk niet opgedrongen, want de traditionele Latijnse H. Mis kan altijd worden opgedragen (Principe 19)
  • is niet regulair gepromulgeerd (zie hierboven)
  • en de kerkelijke onfeilbaarheid is er niet bij betrokken.

Herinneren wij ons dat een paus zijn onfeilbaarheid niet slechts inschakelt bij leerstukken over geloof of zeden (of wetgeving die daar noodzakelijkerwijs verband mee houdt) maar als hij het doet, dan met volledige pontificale autoriteit en definitief (cf. Vaticanum I, DS 1839).

Maar met betrekking tot de Novus Ordo Missae heeft paus Paulus VI verklaard (op 19 november 1969) dat:

«… de ritus en de daaraan gerelateerde rubrieken zijn geen dogmatische definitie op zichzelf. Er kunnen verschillende theologische kwalificaties voor gelden, afhankelijk van de liturgische context waarmee zij verband houden. Het zijn gebaren en termen, gerelateerd aan een beleefde en levende godsdienstige handeling die het onuitsprekelijke mysterie van Gods aanwezigheid met zich meebrengt; het is een handeling die niet altijd in exact dezelfde vorm wordt uitgevoerd, een handeling die alleen de theologische analyse kan onderzoeken en uitdrukken in doctrinaire formules die logisch en bevredigend zijn.»

G) Kan worden gezegd dat de NOVUS ORDO MISSAE ongeldig is?

Dit volgt niet noodzakelijkerwijs uit de bovenstaande defecten, hoe ernstig ook, want er zijn voor de geldigheid slechts drie dingen vereist: materie, vorm en intentie.

Hoewel de celebrant de bedoeling moet hebben te doen wat de Kerk doet zal de Novus Ordo Missae niet langer in en vanuit zichzelf garanderen dat de celebrant deze bedoeling heeft. Dat zal van zijn persoonlijk geloof van de priester afhangen (dat echter is over het algemeen bij de bijwoners onbekend. Hoe langer de crisis in de Kerk duurthoe dubieuzer wordt deze intentie).

Daarom kan de geldigheid van deze Missen twijfelachtig zijn, en dat neemt met het verstrijken van de tijd toe.

Met de consecratiewoorden, speciaal met die van de wijn, is geknoeid. Is de “substantie van het sacrament” (cf. Paus Pius XII, aangehaald in Principe 5) gerespecteerd? Dit is zelfs een groter probleem in Missen in de volkstaal, waar pro multis (voor velen) opzettelijk verkeerd wordt vertaald door “voor allen”. Sommige mensen beweren dat dit van een zo groot belang is, dat deze Missen daardoor ongeldig worden. Veel mensen ontkennen dat. Maar deze verandering draagt wel extra tot de twijfel bij.

H) Kerkbezoek

Als de Novus Ordo Missae niet waarlijk katholiek is, dan kan deze niet dienen voor de vervulling van de zondagsplicht. Veel katholieken die hem bijwonen zijn zich niet van bewust van de doordringende mate van ingrijpende nieuwigheden en zijn vrij van schuld. Maar iedere katholiek die zich van het kwaad bewust is, heeft niet het recht er aan deel te nemen Hij zou er alleen door puur lichamelijke aanwezigheid bij kunnen wonen zonder er positief aan deel te nemen, en dan nog om belangrijke familieredenen zoals huwelijken en begrafenissen enz.