Sedevacantisme?

Wat moeten wij van de SEDEVACANTISTEN denken?

In het aangezicht van het schandaal van een paus die Dignitatis Humanae kan ondertekenen, de liturgie van de H. Mis radicaal kan veranderen, de nieuwe ecclesiologie kan codificeren, voorvechter is van een afwijkend oecumenisme enz., hebben sommigen de conclusie getrokken, dat de laatste pausen geen ware pausen kunnen zijn geweest, of anders dat zij wegens dergelijke schandalen hun pontificaat hebben verloren.

Verlies van het pontificaat

Zij refereren aan de discussies van de grote theologen uit contra-reformatie over verlies van het pontificaat (wegens abdicatie, waanzinnigheid, ketterij, enz.) en argumenteren aldus:

  • Hij die geen lid van de Kerk is kan haar hoofd niet zijn.
  • En een ketter is geen lid van de Kerk;
  • Welnu, paus Johannes XXIII, paus Paulus VI, paus Johannes Paulus I en paus Johannes Paulus II zijn ketters,
  • Daarom zijn zij geen leden noch het hoofd van de Kerk,
  • En dus moeten al hun handelingen compleet worden genegeerd.

Maar dan nog blijft het argument dat dezelfde schandalen waar zijn van alle diocesane bisschoppen van de hele wereld, die dan consequenterwijze ook niet-leden zonder autoriteit zijn; en de katholieke Kerk uitsluitend geïdentificeerd moet worden met hen die het geloof niet hebben gecompromitteerd en communio weigeren met deze “pausen” of “bisschoppen”. Een minderheid van hen zal haar eigen “paus” kiezen (bijv. de gemeenschappen in Palmar de Troya, Spanje, of Saint Jovite, Canada).

Formeel ketter

De kracht van het argument ligt in het echte schandaal van de impuls die de conciliaire autoriteiten hebben gegeven aan de “nieuwe richting” van de Kerk; de zwakheid van het argument is dat het niet in staat is te bewijzen dat ook maar een enkele autoriteit formeel ketters is.

  • Men is “materieel” ketter zonder het te weten indien men objectief tegenspreekt wat God heeft gezegd, maar zonder daar zelf schuldig aan te zijn;
  • Men is “formeel” ketter als men volhardend tegenspreekt wat God heeft gezegd, bijvoorbeeld in de wetenschap dat men ontkent wat God heeft gezegd en dit toch in ieder geval wil doen.

Welnu, de gewone weg voor de Kerk om zich te vergewissen van hardnekkigheid en de consequenties van iemands ketterij kracht bij te zetten door ofwel excommunicatie en/of ambtsverlies, is door een autoritatief monitum (=herderlijke waarschuwing) aan de delinquent, dat hij versmaadt. (CIC 1983, canon 2314, § 1).

Maar niemand kan de paus autoritatief berispen (canon 1556) en de bisschoppen kunnen slechts officieel worden berispt door hun superieur, de paus (canon 1557), die dit niet heeft gedaan.

  • Om canonieke macht te bezitten moet een monitum komen van iemands superieur (cf. canon 2233).
  • Belangrijk is dat niet alleen de misdaad, maar ook de verwijtbaarheid algemeen bekend moet zijn (canon 2195; 2197).

Daarom kan halsstarrigheid, en dus formele ketterij, niet worden bewezen.

Maar zou halsstarrigheid niet kunnen worden aangenomen naar aanleiding van de hardnekkigheid van deze pausen ten aanzien van de nieuwe manieren, en dit in het aangezicht van de gehele traditie en zijn hedendaagse getuigen? Misschien, maar niet sociaal, bijvoorbeeld met het oog op ambtsverlies enz.. Die halsstarrigheid mag niet worden aangenomen, maar moet bewezen worden, anders zouden gemeenschappen in elkaar storten.

Het argument bewijst zijn gelijk niet, en wordt minder aannemelijk als men er rekening mee houdt dat er andere verklaringen zijn voor een “materieel heretische” paus, en het wordt heel onaannemelijk als men rekening houdt met zijn gevaren of consequenties.

Ontoereikend katholiek

De liberale geestelijke instelling van een Paulus VI of Johannes Paulus II kan een verklaring zijn van hun ontoereikendheid katholiek te zijn en hun simultane verraad in de katholieke praktijk. Zij accepteren tegenstellingen; dat is te verwachten met een subjectieve en evolutieve mentaliteit. Maar een dergelijke gemoedsgesteldheid kan alleen langs de weg van de autoriteit overtuigd worden van ketterij.
 

  • Een klein voorbeeld: «Op het Tweede Vaticaans Concilie wijdde de katholieke Kerk zichzelf onherroepelijk toe aan het volgen van het pad van het oecumenische waagstuk, en aldus acht te slaan op de geest van de Heer, die het volk onderrichtte de ‘tekenen van de tijd’ zorgvuldig te interpreteren» (Ut Unum Sint, § 3). Als het om “de tekenen van de tijd” is, dat de conciliaire Kerk zichzelf het oecumenisme in heeft gelanceerd, hoe moeten wij dan weten dat het waagstuk onherroepelijk is? Wat bedoelt paus Johannes Paulus II met zulke absolute termen?

De Kerk is ook in haar monarchiale constitutie onfeilbaar

De Kerk is onfeilbaar (Principe 3), niet slechts in haar geloof en middelen tot heil, maar ook in haar monarchiale constitutie (Principe 4), inbegrepen regeringsmacht, bijv. jurisdictie, vandaar de verklaring van het Eerste Vaticaans Concilie dat Petrus onafgebroken (eeuwigdurend) opvolgers zal hebben.

Welnu, we kunnen een onderbreking in de lijn van opvolgers van de paus begrijpen tussen de dood van de ene en de verkiezing van de andere paus, en ook dat die tijd wel eens langer kan duren.

Maar is de onfeilbaarheid bewaard als er geen paus is sinds 1962 of als er geen is met de gewone jurisdictie die de sedevacantisten als zodanig kunnen aanwijzen?

De Kerk is zichtbaar

(Principe 3) en niet alleen maar een gemeenschap, samengesteld uit degenen die verenigd zijn door innerlijke banden (staat van genade, hetzelfde geloof enz.). Een gemeenschap wordt erkend en als zodanig gehandhaafd door haar autoriteit (haar wezenlijke oorzaak).

Gevaren van deze theorie

Indien de Kerk geen paus had gehad sinds de dagen van Vaticanum II, dan zijn er geen wettig gecreëerde kardinalen meer. Maar hoe moet de Kerk dan weer een paus krijgen, want de geldige discipline staat slechts aan kardinalen de macht toe een paus te kiezen?

De Kerk zou kunnen hebben verordend dat niet-kardinalen, “kiezers van de paus”, in staat zouden zijn dit te doen, maar we kunnen de geldige discipline niet links laten liggen, en die zegt dat kardinalen de paus moeten kiezen.

Enkele sedevacantisten houden staande dat hij reeds is of zal worden aangewezen, direct, door privé-openbaring van de hemel.

Geestelijke consequenties van het sedevacantisme.
 

  • Het sedevacantisme is een theologische opinie en geen zekerheid. Het als een zekerheid te behandelen leidt zelf tot de vermetele veroordeling van traditionele katholieken die het er niet mee eens zijn;
  • En steevast leidt het tot erkenning van niet-geestelijke superieuren op aarde. Iedereen wordt in de praktijk zijn eigen kleine “paus”, regeerder van het geloof en de orthodoxie, de rechter over de geldigheid van de sacramenten.

Zie de argumenten van “bisschop” Vezelis, de Schuckardtbeweging enz.: Er wordt gezegd dat kardinaal Liénart, die aartsbisschop Lefebvre priester heeft gewijd en hem bisschop wijdde, vrijmetselaar was, en dat dus al zijn wijdingen ongeldig waren; en daarom moeten wij alle sacramenten van hen die hij heeft gewijd, en van degenen die zij later zelf hebben gewijd, als ongeldig beschouwen…

Dat Liénart vrijmetselaar zou zijn geweest is feitelijk slechts de onbewezen beschuldiging van één enkele schrijver; en het leergezag van de Kerk is, dat wij zijn sacramenten in ieder geval als geldig moeten aanvaarden, als hij de correcte uiterlijke ritus heeft gebruikt (behalve als hij een tegengestelde innerlijke intentie heeft laten blijken, wat hij niet gedaan heeft). Bovendien werd aartsbisschop Lefebvre door drie bisschoppen geconsacreerd in 1947. Alleen al daarom is het sacrament boven alle twijfel verheven geldig. (Cf. On Rumours and Their Source voor meer informatie over dit onderwerp.)

Omdat dit zo is mogen wij ons niet associëren met, of, de sacramenten ontvangen van hen. Heel in het bijzonder als zij het sedevacantisme als zekerheid opwerpen die iedereen moet aanvaarden.