Vaticanum II?

Wat moeten katholieken van VATICANUM II denken?

Het Tweede Vaticaans Concilie was een vergadering van alle bisschoppen van de wereld gedurende vier zittingen tussen 11 oktober 1962 en 8 december 1965. In zijn inaugurele rede verklaarde paus Johannes XXIII de doelstellingen als volgt:

  • het katholieke geloof moest bewaard en onderwezen worden,
  • maar onderwezen in de taal van de moderne mens door een magisterium «dat overwegend een pastoraal karakter draagt»,
  • en dit zonder zijn toevlucht te nemen tot veroordelingen,
  • zodoende alle volkeren oproepend. (Dit concilie moest oecumenisch zijn, niet alleen in de zin van een algemeen concilie, maar ook in de zin van het aantrekkelijk zijn voor de religiositeit van alle volkeren, wat hun godsdienst ook moge zijn.)

Paus Paulus VI was het met zijn voorganger eens:

[Vaticanum II] was de belangrijkste [gebeurtenis] omdat… het vòòr alles zocht naar pastorale noden en, de vlam van de liefde voedend, uiterste moeite gedaan heeft niet alleen de christenen te bereiken die nog steeds afgescheiden zijn van de gemeenschap met de Heilige Stoel, maar ook de hele menselijke familie. (Slot-résumé, 8 december 1965)

Met zulke idealen is het geen wonder het katholieke onderricht aan te treffen als:

  • zwak (geen definities of veroordelingen),
  • verwarrend (geen technische, scholastieke terminologie),
  • en eenzijdig (om niet-katholieken aan te trekken).

Al dit vage, ambigue onderricht, in zijn methode reeds liberaal, zou na het concilie in zijn ware liberale zin worden geïnterpreteerd. Bijvoorbeeld:

Conciliaire leer

Interpretatie door Rome (1)

De liturgie van het woord wordt op de voorgrond geplaatst (Sacrosanctum Concilium [2], §9 en het maaltijd-aspect (§10), evenals actieve deelname (§§11, 14) en daarom de volkstaal (§§36, 54) De nieuwe Mis (cf. Vraag 5)
 Katholieken moeten met de protestanten bidden (Unitatis Redintegratio (§§4, 8).  Eucharistische gastvrijheid (cf. Vraag 8) 
 De Kerk van Christus subsisteert (en niet: is) in de katholieke Kerk (Lumen Gentium, §8),   Deze is ook in de "afgescheiden Kerken"(Ut Unum Sint, §11) (3) 
 die afgescheiden broeders heeft in "afgescheiden Kerken" (Unitatis Redintegratio, §3),   Alle gedoopten zijn in de Kerk van Christus (Ut Unum Sint, §42). 
 die als zusters moeten zijn (Unitatis Redintegratio, §14)   Daarom is er geen noodzaak tot bekering van bijv. orthodoxen, (4) 
 Seminaristen moeten rekening houden met de moderne filosofie, wetenschappelijke vooruitgang (Optatam Totius, §15)   Seculaire universitaire studies en het verlaten van het Thomisme, 
 psychologie en sociologie.   open spiritualiteit en subjectieve moraliteit. 
 Huwelijk en huwelijkse liefde gelijkgesteld (Gaudium et Spes, §§48, 50).   Het fiasco van de nietigverklaringen van huwelijken (cf. Vraag 8). 
 De Kerk wijst burgerlijke privileges, die de autoriteiten haar geven, van de hand (§76).   De katholieke godsdienst mag in geen enkele staat meer staatsgodsdienst zijn. 
 Eén wereldautoriteit gewenst (§82).   Volledige steun voor de Verenigde Naties. 
 Ritus en formules van de biecht moeten worden herzien (Sacrosanctum Concilium, §72).   Belijdenissen van aangezicht tot aangezicht en generale absoluties (5) 
 Sacrament der Stervenden moet Ziekenzalving worden (§§73, 75).   Nieuwe materie, nieuwe vorm, nieuw subject (bijv. de zieken, niet slechts zij die in stervensgevaar verkeren). 

 Voetnoten bij deze tabel
 

  1. Hoe de richtlijnen van Rome verder worden geïnterpreteerd, zoals bijvoorbeeld in de parochies, is een heel ander verhaal.
  2. Aan de documenten van Vaticanum II wordt gerefereerd door de beginwoorden daarvan in het Latijn of door de initialen daarvan.
  3. Ut Unum Sint, paus Johannes Paulus II, 25 mei 1995.
  4. Cf. De Verenigde Internationale Commissie voor de Theologische Dialoog tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk, verbood wederzijds “proselitisme”. Balamand, Libanon, 17-24 juni 1993.
  5. Heeft dit zijn uitwerking op de “substantie van de sacramenten” waar de Kerk geen macht over heeft? (Cf. Pius XII, geciteerd in Principe 5).

 

Ernstiger is, dat het concilie werd gekaapt door liberale elementen binnen de Kerk die vanaf het allereerste begin hebben samengespannen om de voorbereidende schemata af te wijzen en te vervangen door progressieve, die door hun eigen “experts” waren voorbereid. De liberalen waren ook in staat om hun eigen mensen in de conciliecommissies te plaatsen. De nieuwe schemata, gepasseerd als de decreten, constituties en verklaringen van het concilie, bevatten, min of meer expliciet, enkele van de zelfde leerstellige dwalingen waarvoor liberalen in het verleden veroordeeld zijn. Laten we bij wijze van voorbeeld de volgende passages nemen:

Vaticanum II leert:

Katholieke leer:

"De mens is het enige schepsel op aarde dat om zichzelf door God is gewild" (Gaudium et Spes, §24)   Jahweh heeft alles gemaakt met een doel. (Spreuken 16, 4) 
En "alle dingen op aarde betrokken dienen te worden op de mens" (§12)   …om hem te helpen zijn ziel te redden 
 Bovendien: "Hij heeft zich immers, als Zoon van God, door zijn menswording in zekere zin met iedere mens verenigd" (§22)   God nam een individuele natuur aan. (Dz. 114) 
 Dus…"…de menselijke natuur… is juist daardoor ook in ons tot hoge waardigheid verheven". (§22)   "Toch hebt Gij hem haast tot een godheid gemaakt, hem met glorie en luister gekroond." (Psalm 8, 6) 
En vanwege "de uitnemende waardigheid die aan de menselijke persoon toekomt" (§26)  "Toch hebt ge… er enkelen, die hun klederen niet hebben besmet; met Mij zullen zij wandelen in het wit gekleed, omdat ze daartoe waardig zijn." (Apoc. 3, 4) 
 "Zijn rechten en plichten zijn universeel en onschendbaar." (§26)   Hij die zijn talent begraaft, hem zal het afgenomen worden. 
"Deze Vaticaanse kerkvergadering verklaart, dat de menselijke persoon recht heeft op godsdienstvrijheid." (Dignitatis Humanae, §2)  Veroordeelde verklaring: "Vrijheid van geweten en van godsdienst is een recht van ieder mens.." (paus Pius IX in Quanta Cura, §4b) 
"…dat alle mensen vrij moeten zijn van dwang, of die nu door enkelingen, door sociale groepen of door enige menselijke macht wordt uitgeoefend, en wel zo, dat in godsdienstige aangelegenheden niemand wordt gedwongen te handelen tegen zijn geweten in, noch wordt belemmerd om, binnen passende grenzen, privé of publiek, alleen of samen met anderen, volgens zijn geweten te handelen." (§2)  "En in strijd met de leer van de H. Schrift, de Kerk en de heilige vaders aarzelen zij zelfs niet te beweren, "dat dán de maatschappij het best is ingericht, wanneer aan de staatsmacht niet de plicht wordt toegewezen, om door wettelijk vastgestelde straffen hen te beteugelen, die de katholieke godsdienst aanranden, behalve wanneer de openbare rust dit vereist." (paus Pius IX in Quanta Cura, §4a) 
"Dit recht van de menselijke persoon op godsdienstvrijheid moet in de juridische ordening van de maatschappij zo worden erkend, dat het burgerrecht gaat worden." (§2)  Veroordeelde verklaring: "De vrijheid van geweten en godsdienst is een recht, aan iedereen eigen, hetwelk bij de wet moet afgekondigd en vastgelegd worden in elke goed ingerichte maatschappij." (paus Pius IX in Quanta Cura, §5) 
"De Geest van Christus weigert immers niet ze (= de afgescheiden Kerken) te gebruiken als heilsmiddelen." (Unitatis Redintegratio, §3)   Principe 2 
"… moet de oecumenische beweging zo worden bevorderd, dat de katholieken (…) met de van hen gescheiden broeders broederlijk samenwerken door een gemeenschappelijke belijdenis van het geloof in God en in Jezus Christus ten overstaan van de volkeren." (Ad Gentes Divinitus, §15)   Principe 7 
Waarom, zelfs met betrekking tot de niet-christelijke godsdiensten: "De katholieke Kerk verwerpt niets van datgene wat in deze godsdiensten goed en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en leefregels…" (Nostra Aetate, §2)   "Ja, alle goden der volkeren zijn niets" (Psalm 96[95])."… moogt ge u niet de afschuwelijke praktijken van die volken eigen maken." (Deut. 18, 9) 
 "De bisschopswijding nu geeft, samen met de heiligingsmacht, ook het leergezag en de bestuursmacht…" (Lumen Gentium, §21)  "Deze (bisschoppelijke) waardigheid is feitelijk onmiddellijk afhankelijk van God als wetgevende macht en van de Apostolische Stoel als macht van jurisdictie…" (Deesemus Nos, paus Pius VI) 

En het zijn neo-modernistische tendenzen waar het allemaal om draait bij het concilie («… paus Johannes Paulus II maakt niet de H. Schrift, maar veeleer Assisië tot het Sjibboleth voor het gangbare begrip van het concilie.» Aldus J. Dörmann in Pope John Paul II’s Theological Journey to the Prayer Meeting of Religions in Assisi, deel I, blz. 46 [Appendix II])

Maar was het concilie niet onfeilbaar?
 

  • Niet vanwege het buitengewoon magisterium, want het weigerde ook maar iets te definiëren. Paus Paulus VI zelf zei tijdens een audiëntie op 12 januari 1966, dat het (concilie) «had vermeden op een buitengewone manier dogmata, die beïnvloed waren door het stempel van onfeilbaarheid, af te kondigen.» (Cf. de verklaring van 6 maart 1964 van de Theologische Commissie, en herhaald door de algemeen secretaris van het concilie op 16 november 1964: «Met het oog op de conciliaire praktijk en het pastorale doel van het huidige concilie, definieert deze heilige synode zaken betreffende geloof of zeden alleen dan als bindend voor de Kerk als de synode zelf dit nadrukkelijk verklaart.» Dit is niet éénmaal gebeurd.
  • Evenmin vanwege het gewone universele magisterium, want dat is geen bepalende macht, maar een die doorgeeft wat altijd geloofd werd. De “universaliteit” in kwestie is er niet alleen maar een van plaats (alle bisschoppen), maar ook een van tijd (altijd). (cf. Vaticanum I en Principle 6).
  • Zelfs niet vanwege het eenvoudig authentieke magisterium, want het object voor het gehele magisterium is het depositum fidei dat heilig bewaard moet worden en gelovig uiteengezet (Vaticanum I, Dz. 1836). Als katholieke doctrine mogen “de best uitgedrukte waarden van twee eeuwen ‘liberale cultuur’” niet worden aangenomen, zelfs niet als zij “gereinigd” zijn. (Kardinaal Ratzinger, Gesu, november 1984, blz. 72. Cf. Gaudium et Spes §§11, 44).